WIN2WIN proeft het water van de Seine

Na mijn korte bezoek in Breda ben ik, vergezeld door de beide zoons van Eltjo, met de Flixbus weer terug naar Brest gereden. Bij aankomst was het weer daar beter dan bij vertrek en konden we spoedig de haven verlaten.

Omdat we rekening moesten houden met het afmonsteren van David in Brest, zijn we een beetje in de buurt gebleven. Zo kwamen we op plaatsen waar we al eerder hadden gelegen, maar ook op nieuwe plekken. We besloten naar Morgat te gaan, dat een heuse watersportplaats bleek te zijn, waar de geur van de gebakskraam al van verre te ruiken was en veel toeristen zich tegoed deden aan de lekkernijen.

Later zijn we voor anker gegaan in de naastgelegen baai waar we genoten van de de legio kinderen in optimisten, surfers en catamaranzeilers die daar les kregen. Deed me goed te zien! Er kwamen veel herinneringen boven van de tijd dat ik nog surfde.

We zijn met vieren in onze dinghy de noordzijde van de baai gaan bekijken, want daar zijn grotten in de rotsen waar je in kan varen. Een soortgelijke attractie hadden we ook al eens in Lagos bezocht.

Na Morgat zijn we overgestoken in zuidelijke richting naar Douarnenez, waar we in een smalle haven terecht kwamen die mooi gelegen lag maar waar we een flinke wandeling moesten maken om de Lidl bezoeken en vaststelden dat we hier vrij snel uitgekeken waren. Deze haven kun je alleen invaren bij hoogwaterstand. Zodra het waterpeil zakt gaat de sluis dicht en lig je in feite in een bassin. Ook uitvaren kan dus slechts op gezette tijden.

We wilden met de boys ook nog graag het Oceanopolis in Brest bezoeken. Op de route lag het pittoreske Camaret sur Mer, waar we na een ankerpoging uiteindelijk besloten in de haven te gaan liggen. Dat is praktischer met fourageren, want met 2 kerels erbij is dat nauwelijks aan te slepen! Van Camaret sur Mer is het maar oversteken naar de haven Moulin Blanc te Brest waar het Oceanopolis aan ligt. Dat bleek de moeite waard te zijn.

Na afmostering van David zetten we de tocht verder via L’aber Wrac’h naar Cherbourg. We hebben een nachtje doorgevaren en dat hebben we geweten. Vanwege de voordewindse koers hadden we het Parasail gehesen. Er stond te weinig wind om de windpilot te laten sturen en dat betekent dat je goed moet opletten, want de stuurautomaat houdt bij een windshift gewoon lekker zijn koers. Zo hadden we 2 keer een zandloper in het Parasail. Uiteindelijk hebben we die eruit gekregen en het zeil gestreken. De rest van die nacht stond in het teken van geregeld reven en gijpen waarbij steeds de boom van de fok omgezet moest worden.

We hadden rekening gehouden met het feit dat we misschien in de nacht op Guernsey moesten afmeren als we niet op tijd zouden zijn i.v.m. het tij bij Cap je Hague. Eltjo had het uitstekend berekend en we konden direct afstevenen op de Raz. Dat is het water tussen Alderney en het vaste land van Frankrijk. Het water wordt daar als het ware tussendoor geperst en je kunt daardoor gerust 10 knopen stroom krijgen. Die moet je wel mee hebben, anders vaar je achteruit! Tot behoud van onze spullen zijn we gereefd door die doorgang geraasd met uitschieters van 15,7 knopen snelheid.

In Cherbourg hebben we deze keer eens het Maritiem Museum (Cité de la Mer) bezocht, waarin je in een buitengebruikgestelde atoomonderzeeër kunt kijken. Die was gebouwd om kernraketten mee te kunnen afvuren. Een zeer indrukwekkend museum en een aanrader namens ons als ‘trip advisers’.

Inmiddels werd het tijd voor een crewwissel: Daniël op de Flixbus naar huis en zwager en schoonzus na een ‘Flixreis’ ontvangen op ‘cruiseschip Win2Win’.

En zo kwamen we als reisleiders ook weer op nieuwe plekken terecht!

Onder leiding van onze uitstekende, geïnteresseerde nieuwe stuurman ‘Jaap’ voeren we met prachtig zeilweer en de zon erbij, met een gemiddelde snelheid van 7.1 knoop, naar St. Vaast. Daar kun je ook niet zomaar binnenvaren, want bij laagwater verandert het waterlandschap in een grote zandplaat. Naar het eiland, dat in de baai ligt, vaart normaal een ferry maar hoe gaat dat bij laagwater? Daar hebben ze hier een heel inventieve oplossing voor: een boot met wielen !

Volgens een zeilvriendin lagen we op een oesterplaat. Jammer dat het bij laagwater donker was, anders hadden we nog oesters kunnen plukken, hoewel we alle vier zo’n hap ‘zoute snot’ geen lekkernij vinden.

Op onderstaande kaart valt al het groene bij laagwater gedeeltelijk droog en dat maakt de haven die wel diep genoeg is, onbereikbaar voor een zeiljacht met 2m diepgang !

De haven binnenvaren is leuk vanwege de gezellige drukte op de kant. Veel toeristen en bedrijvigheid.

Om te kunnen vertrekken naar de volgende bestemming Courseulles sur Mer moesten we bij hoogwater de haven weer uit en dat betekende dat Eltjo en ik in alle vroegte de boot uit de haven moesten varen om voorbij de ‘zandplaat’ het anker uit te kunnen gooien, om vervolgens de rest van onze nachtrust af te maken.

Later op die dag voeren we de baai bij de Seine binnen die voor altijd bekend is geworden door de landingen van de geallieerden in mei 1944.

De tocht naar Courseulles was wederom een topvaart met hoge snelheid, zon en weinig deining. Hier had Eltjo wederom een uitstekende tochtvoorbereiding gedaan, want ook deze haven is alleen bij hoogwater in te varen. Dat betekent wel dat het spitstijden zijn in het kanaaltje dat toegang geeft tot de haven en waarbij we aankwamen met het licht op driedubbel rood bij de brug. We zagen andere boten flink bakboordwal houden en dat deden wij dus ook maar. De volgende dag bij laagwater werd ons duidelijk waarom!

Courseulles ligt er heel mooi bij en ligt aan een groot strand. De haven zelf is beperkt in vrije plaatsen en er lagen voornamelijk Fransen.

De laatste etappe met onze opstappers ging naar Honfleur. Dat plaatsje stond al langer op mijn verlanglijstje. Echter kreeg ik dat niet voor niets!

Natuurlijk konden we ook alleen maar uitvaren bij hoogwater in Courseulles sur Mer. In Honfleur heb je ook weer te maken met het tij om binnen te kunnen varen. Dus weer voor dag en dauw opstaan om voldoende water onder de kiel te hebben bij het uitvaren. Het tij wacht immers op niemand……

Omdat we daardoor te vroeg aankwamen bij de monding van de Seine hebben we het anker uitgegooid om de kentering van het tij af te wachten, wat op zich geen straf was gezien de heldere hemel en de brandende zon. De bikini kon weer uit de kast. Echter moest je wel een liefhebber zijn van schommelen om je behaaglijk te voelende op die ankerplek. Uiteindelijk konden we de rivier op om naar de sluis te varen, die toegang gaf tot de ingang van de binnenhaven.

Op de Seine is het vaarwater voor de beroepsvaart betont en daar moesten we buiten blijven. Op de plotter hadden we een dijk gezien, maar die stak nu maar op geringe plaatsen boven water. Goed uitkijken dus!

Nabij de sluis riep ik de sluiswachter op, maar die sprak geen Engels. Haha, want: “Je ne parlez pas fransais!” De grapjas die ik over de marifoon sprak deed mij twijfelen of ik wel op het goede kanaal zat! Uiteindelijk kwam er een mannetje uit de wachttoren die ons met een fluit op de vingers wenkte dat we de sluis in konden varen. Dat was voor het laatst geweest in de sluis bij Vlissingen toen we aan de vooravond voor ons tweede rondje Atlantic stonden in 2016.

In de sluis lagen 2 rondvaartboten naast ons en hadden we veel bekijks. Toen we een aantal meters stegen, kwam ineens een dikke rij toeschouwers in beeld die ons vriendelijk begroetten. Leuke welkom zo!

Het klapstuk moest nog komen!

Deze sluis had wel een vernuftig systeem wat betreft het vastleggen van de boot, want de bolders waaraan we lagen waren onderdeel van een drijvende kolom die omhoog en omlaag kon schuiven in een nis in de sluiswand.

Voorbij de sluis moesten we wachten tot de brug open ging die ons toegang tot het “Vieux Bassin” de haven van Honfleur. Dat is een bassin dat helemaal omgeven is door terrasjes met gekleurde parasols en vooral veel toeristen. De panden eromheen zijn prachtig authentiek en goed onderhouden. Een uitstekende ambiance dus.

Toen de brug opgehaald werd vulde de kade zich aan weerskanten met wel 100 mensen. Schijnt een belevenis te zijn als er een boot binnenvaart. De doorgang was smal dus we werden van dichtbij bekeken. Ik stond op het dek en werd er gewoon verlegen van (!) dus hief ik beide armen en riep: “bonjour”. De reactie was fenomenaal! Begroetingen terug en een wave aan gezwaai was het gevolg. Tot er iemand begon te klappen en wij vervolgens onder luid applaus binnen kwamen. Ik maakte een diepe buiging en dat werd op de kades ook naar ons gedaan. Jeetje, ik voelde me een heuse VIP.

Nog nooit zo’n toffe ontvangst gehad!

Verder is Honfleur zoals in de pilots beschreven staat: allerlieflijkst, veel terrasjes, kunsthandelaren etc.

Als toef op de taart kreeg ik van Eltjo een prachtig sieraad uit een artistieke juwelierszaak!

Dit is nou een leven als ‘Godin in Frankrijk’.

Tot zover het goddelijke leven en France. Vanaf hier wordt het allemaal wat minder goddelijk, maar daarover meer in het volgende bericht…..

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s