Extra uitrusting t.b.v. Het Rondje Atlantic (in bewerking)

Veel mensen hebben mij gevraagd wat we aan de boot hebben gedaan als voorbereiding op de reis. Nu lijkt dat niet zoveel meer maar dat komt, omdat ik daar 2 jaar geleden al mee begonnnen ben. Maar de lijst is vrij lang en wellicht nuttig voor anderen die een soortgelijke reis willen maken.

1. De (licht) accu capaciteit is verhoogd van 220Ah naar 330Ah. De start accu is niet gewijzigd. Hiervoor moest de accu opstelplaats vergroot worden, opdat er een derde accu bij kon. Dit ging niet zo maar omdat de accu’s tussen het bed en romp, in de achterhut, achter de motor staan. Deze ruimte wordt naar achteren toe steeds kleiner. Dus hier was ik wel even mee zoet. Kabels moesten natuurlijk ook even verlegd worden.
Tips: a) alleen identieke accu’s (ook even oud) gebruiken, plus van links naar rechts en min van rechts naar links doorlussen om gelijke belasting van accus te realiseren, accus goed vastzetten. b) ik heb de conventionele lood accus gebruikt maar dan wel de volledig gesloten die voorzien zijn van een overdruk ventiel. Deze accus zijn veel goedkoper dan de gel en agm typen en het geld wat je dan overhoudt kun je beter gebruiken voor meer zonnepanelen, windturbines of sleepgenerator. De duurdere typen mag je dieper ontladen maar dat geeft alleen maar een grotere buffer om windstille en bewolkte perioden te overbruggen. Uiteindelijk moet je ervoor zorgen dat je iedere dag evenveel energie opwekt als je verbruikt ! 

 2. Meer accucapaciteit vereist ook een zwaardere acculader en omdat we ook een inverter nodig hadden voor het maken van 230V wisselspanning, is een Victron lader/inverter combi aangeschaft. Hiervoor moest de 230V en de 12V bekabeling behoorlijk worden gewijzigd. Nu kunnen we zowel in de haven als op zee, onze 230V apparaten gebruiken. Belangrijkste zijn het koffiezetapparaat en de waterkoker. Voor beiden is een type gekozen met een zo laag mogelijk piek vermogen (400- resp 500Watt).

Tips: zorg dat je met minimaal 10% van de nominale capaciteit kan laden. Dus voor 300Ah moet de lader dus 30A kunnen leveren. Veel meer heeft geen zin en het is slecht voor de accu om sneller te laden dan met 10%. Zorg voor korte en dikke kabels om verliezen te minimaliseren. Gebruik een lader met temperatuur sensor.

 3. Bij langere reizen moeten de accu’s ook geladen kunnen worden zonder de dieselmotor te laten draaien en dan kom je al gauw uit op zonnepanelen en een windturbine. Een hydrogenerator (Watt & Sea) is ook overwogen, maar die zijn nog veel te duur (€4000) en alleen maar tijdens varen nuttig terwijl je op zo’n lange reis veel vaker stil ligt dan vaart. Op de buiskap is een 100 Watt BluePower van Victron geplaatst omdat hij daar in ieder geval niet in de weg ligt. Een tweede paneel van 50 Watt is op reserve gehouden en kan los op het dek worden gelegd. Inmiddels is gebleken dat dit niet voldoende is en is een tweede paneel van 100 Watt aangeschaft. Dit paneel zal langs de reling komen te hangen.

 4. Op zo’ n reis zul je veel moeten ankeren en dan is een ankerlier geen luxe en dus werd een VSC1000 ankerlier van South Pacific aangeschaft en het deksel van de ankerbak grondig verstevigd. Inmiddels is de bij het schip geleverde 10m ketting met 40m 14mm nylon lijn, vervangen door 25m RVS ketting met 25m 14mm lijn. De RVS ketting is veel duurder dan de gegalvaniseerde maar was noodzakelijk omdat de gegalvaniseerde ketting zich opstapelde onder de lier waardoor deze stopte. De RVS ketting heeft daar ook last van maar 1x de stapel naar voren duwen is nu voldoende. Lep op: de ankerbakdeksel moet dus open kunnen als de ketting op de lier zit. De ketting wordt meestal helemaal gebruikt en dan nog 5 meter lijn die dan ook eenvoudig op een kikker belegd kan worden. Je mag nooit je anker aan de lier laten hangen. Die is daar niet op berekend.

 5. Omdat drinkwater een kostbaar goed is op een boot, is een zoutwaterkraan in de kombuis heel nuttig. De vaat kun je ook heel goed met zout water afspoelen en afwassen gaat ook goed hoewel je toch even met zoet moet naspoelen om het zout kwijt te raken. Dus een gat in de romp geboord en een nieuwe doorvoer met schep geplaatst. De eerste poging was een gewone doorvoer maar die werd tijdens het varen, leeg gezogen. 

 6. Zien en gezien worden is van levensbelang en een AIS zender doet daarbij wonderen. Dus is een AIS transceiver aangeschaft welke is aangesloten op een eigen VHF antenne op de hek preekstoel. Mocht de mast een keer naar beneden komen, dan kan ik de AIS antenne op de marifoon aansluiten om een SOS uit te zenden. Ook heeft de AIS zijn eigen GPS ontvanger en antenne. Deze is beter dan die in deRaymarine plotter en dus is een kabel gelegd naar de plotter om deze te voeden met de GPS data van de AIS. 

 7. Bijna vanzelfsprekend, heb een grote radar reflector in de achterstag ogehangen. Dit is een eenvoudige aluminium 8 hoekige reflectorvan €25, die wél voldoet aan de eisen en in veel situaties een betere radarreflectie geeft dan de veel duurdere typen. De veel geziene “buisreflectors” kun je beter weggooien omdat ze bijna geen effect hebben. Dat de 8 hoekige wel werkt, heb ik geleerd tijdens een groepstocht naar Lowestoft in de mist, toen de eigenaar van een ander jacht in onze groep, mij bij aankomst in Lowestoft vertelde, dat wij wél zichtbaar waren op zijn jachtradar en alle andere schepen niet. 

 8. Led verlichting in de masttop. Dit 3 kleuren toplicht /ankerlicht, gebruik je tijdens het zeilen en voor anker. Dus is laag stroomgebruik belangrijk. Deze LED lamp gebruikt ca 100mA terwijl het oude licht meer dan 2000mA, gebruikt. Als het licht dus ca 10 uur aanstaat, bespaar je dus 19aH !

9. Led interrieurverlichting. Hoe groter het schip hoe meer lampen ! Alle lampen die vaak aan zijn, heb ik vervangen door Philips inbouw LED spots. De 230V regelaar heb ik vervangen door een 12V versie die ik bij Conrad heb gekocht. Daarnaast heb ik ook nog een aantal Led strips onder kasten gemonteerd. Dit zijn LED strips die je bij de IKEA koopt voor ca €10 en de bijbehorende 230V regelaar gooi je weg want de strips kunnen rechtstreeks op het 12V boordnet aangesloten worden. 

 10. Een AKAI 22″ TV die rechtstreeks op het 12V boordnet is opgehangen met een slingervaste beugel. Stroomgebruik is slechts 1,2A 

 11. SSB radio
De SSB radio is belangrijk als je geen internet hebt buiten de havens. Je kan er GRIB files mee ophalen en natuurlijk met andere zeilers communiceren. En als de marifoon onvoldoende bereik heeft, kun je ook eventueel kuststations oproepen en nood signalen uitzenden. En met een PACTOR modem, kun je overal ter wereld email versturen en ontvangen. Dit is ook handig om b.v. het blog te kunnen updaten. Op de WIN2WIN staat een set bestaande uit ICOM7200 zender/ontvanger, ICOM AT141 antenne tuner, Shiptron lekstroomscheider, Shiptron aardplaten, PACTOR-III USB modem. De kosten van deze set zijn ongveer €3000 wat veel meer is dan een satteliettelefoon maar je kan er meer mee. Ik heb een amateur F licentie gehaald met beperkte zelfstudie maar ik heb het meeste al tijdens mijn studie elektrotechniek geleerd.

 12. Epirb. De EPIRB is voor de “echte” noodgevallen als we het schip moeten verlaten en hulp nodig hebben. De EPIRB zendt een signaal uit dat door satelieten wordt opgevangen. Via een wereldwijd systeem, worden vervolgens de betreffende reddingsorganisaties gewaarschuwd. Een EPIRB kost ongeveer €400. 

 13. Hoofdwant en onderwant vernieuwd. Dit omdat er op de terminals wat onduidelijke persranden zaten waarvan een ingehuurde profesionele tuiger niet zeker was. Vervanging is duur maar beter safe than sorry….. 

 14. Grotere buiskap om zonnepaneel te monteren. De originele buiskap was te laag en te kort. 

 15. Windturbine. De windturbine is een noodzakelijk kwaad om tijdens het varen voldoende energie op te wekken. Het is een hele contructie omdat de krachten op de 2.5m mast groot kunnen worden. Een kleine molen maakt weinig lawaai maar ook weinig energie. Er is nogal veel verschil tussen de verschillende merken voor wat betreft opbrengst, lawaai en kosten. Ik heb een goedkope chinse turbine geplaats van Seago. Het is een turbine met een propeller van 110cm en een MPPT regelaar. Samen met de mast kostte de set ongeveer €700 en dat is een koopje vergeleken bij de bekende meeken. Inmiddels is gebleken dat de turbine het net zo goed doet als die van de duurdere merken. De propellerdiameter is 110cm. De opbrengst van de turbine is evenredig met het kwadraat van de straal van de propeller en met de DERDE (!) macht van de windsnelheid. Dus bij veel wind, heb je heeeel veel amperes ! En bij weinig wind (<10knts) kun je hem net zo goed uit zetten.

 16. Stuurautomaat verplaatst i.v.m. Ssb. De Raymarine stuurcomputer zat precies op de plaats waar de SSB antenne tuner moest komen. Volgens de installatievoorschriften moet je zeker 2m afstand hebben tussen beide. Doe je dit niet dan kan de stuurcomputer behoorlijk van slag raken tijdens het zenden ! Voor het gyrokompas zelfde verhaal. 

 17. Bimini.
De zon is vaak te warm en slecht voor je huid. Dus hebben we meerdere soorten zonneschermen gekocht en gemaakt. Op iedere boot heb je andere mogelijkheden maar de bekende standaard biminies passen niet op de Winner 1120 i.v.m. De lange giek en grootschoot op het einde. 

 18. Stopcontacten in kombuis. Deze zijn nodig om de koffiezetter en waterkoker te kunnen gebruiken op het fornuis.

 19. Campinggasflessen vervangen door 5kg flessen. Dit is veel goedkoper maar wel lastiger met vullen. Je moet vaak behoorlijk zoeken naar een vulstation maar b.v. In Arrecife, zorgt de havenmeester ervoor dat de fles gehaald en gebracht wordt voor een bedrag van €5. 

 20. Parasailor.
Dit zeil is zeer geschikt voor de lange rakken en behoeft maar weinig aandacht. 

 21. Een extra Fortress F23 op Marktplaats gekocht want als het in zwaar weer een keer fout gaat met het normale anker, is een tweede anker een must have.
 

22. Bijboot voorzien van buitenboordmotor. Als er een beetje wind staat, is het al snel onmogelijk om er tegenin te roeien. Ik heb een oude Suzuki 2 takt 4pk gekocht en deze door een dealer even laten checken. Voordeel van een 2 takt is de eenvoud van de motor en daardoor is onderhoud gemakkelijker. Nadeel is brandstofverbruik en lawaai. Gewicht is vaak ook lager dan dat van een 4 takt. 

 23. Bijna vanzelfsprekend is ook de Windpilot. Deze gaat niet stuk als het hard waait en gebruikt geen stroom. Bovendien stuurt hij een constante hoek t.o.v. de wind. Hierdoor is met name het varen in de nacht veel eenvoudiger omdat er geen zeilen bijgesteld hoeven de worden als de wind draait. Na een lange learning curve, stuurt inmiddels de Windpilot bijna altijd; zowel in de ruime wind rakken als in de kruisrakken. Kost veel geld maar het vervangen van de drive van de elektrische stuurautomaat kost op den duur meer. Bovendien is het een groot probleem als de drive halverwege een traject van 1000 mijl kapot gaat. Zelf sturen hou je gewoon niet vol als het waait !

IMG_1294.JPG

24. Het reddingsvlot is gekeurd en voorzien van nieuwe extras. 

 25. Zeevaste slaapplaatsen hadden we al maar als je dat nog niet voor elkaar hebt, is dat wel een must om te regelen. 

 26. Extra fenders 

 27. Alles van boord gehaald wat niet noodzakelijk is gebleken. Een opgeruimde boot heb je iedere dag plezier van en in iedere haven komt er toch weer iets bij. En mocht je toch iets vreselijk missen, dan kun je het bijna overal gewoon kopen. 

 28. Ik heb slecht 1 jerrycan van 20L gekocht voor brandstof hoewel we maar 85L in de tank hebben. Deze jerrycan heb ik pas gevuld in Rabat omdat er maar weinig wind stond voor de Marokkaanse kust. Losse brandstoftanks zijn ondingen op een zeilboot omdat ze altijd een beetje lekken door het constante geschommel en temperatuur verschillen. Bovendien bederfd diesel snel in tanks die aan dek staan door de bio toevoegingen. En als je 20kg diesel aan dek hebt staan, zou je dat eigenlijk moeten compenseren met 20kg extra lood in de kiel of minder zeil voeren waardoor je langzamer gaat varen en daardoor weer meer brandstof nodig hebt…….

 29. Voetpompen voor drinkwater: met een voetpomp halveer je het waterverbruik ! Probeer het maar eens ! 

 30. Wat niet: geen grotere brandstoftank of extra jerrycans (bestaande tank is 85L). Geen extra watertanks (bestaande tanks zijn 250L samen). Geen stellage achter op spiegel. Geen sleepgenerator. Geen benzine/diesel generator. Geen drijfankers. Geen reserve zeilen. Geen barbeque. Geen fietsen. Geen duikuitrusting 

 31. Watermaker. Voor een Rondje Atlantic is dit meer luxe dan noodzaak. Tot en met de Canarische Eilanden varen je korte tochten van de ene naar de andere jachthaven waar je meestal gratis de tanks bij de aanlegsteiger kan vullen. Het water kan wel eens naar chloor smaken maar dat is met een koolstof of zilverfilter goed te verwijderen. Zie voor een uitgebreide rapportage de speciale pagina elders op deze site.

32. Ventilatoren. In de Carieb is het rond de 30 graden en zonder een stel ventilatoren wordt het onaangenaam. Bij vertrek heb ik een eenvoudige 220V tafelventilator ingepakt maar daarvoor moet de inverter wel draaien. Dit kost toch te veel stroom en daarom heb ik in Martinique een Caframo Ultimate gekocht. Deze draait op 12V, is redelijk stil en produceert een prettige luchtstroom. Kost €60 in Marin maar was maar US$55 in Rodney Bay. Nu hebben we dus eentje in de slaaphut en eentje in de salon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s